Gerard over boek: 'Nu is het er dus toch nog van gekomen'
|
NIJVERDAL - Aan de Morgenster in de Kruidenwijk woont een schrijver. Gerard Hoonhorst is zijn naam en zelf is hij er een beetje beduusd van dat zijn verhalen toch nog uitgegeven zijn. Onder de titel ‘De zonderlinge toerist’ is bij GigaBoek in Heerhugowaard een boek verschenen waarin vier verhalen zijn opgenomen. Gerard verklaart hoe het komt dat hij overrompeld is. ‘De verhalen heb ik al langer geleden geschreven en ik heb al vaker geprobeerd ze uit te geven. Maar dat lukte steeds niet. Toen heb ik gereageerd op een advertentie van GigaBoek. Daarna ging het ontzettend snel.’ GigaBoek werkt volgens het printing-on-demand principe. Boeken worden niet gedrukt, maar geprint wat bij kleinere oplages de drukkosten uitspaart. Er is ook geen voorraad, waar de uitgever mee kan blijven zitten. De verhalen van Gerard Hoonhorst spelen in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Ze zijn gesitueerd in de omgeving van Hellendoorn, Overijssel en Gelderland. Hoonhorst schept met fantasie een wereld, waarin zeker de niet meer zo piepjonge lezers veel zullen herkennen. ‘Het is fantasie, maar wel gebaseerd op de werkelijkheid.’ In alle vier verhalen bouwt hij een zekere spanning op en zorgt voor een verrassende ontknoping. ‘In een verhaal moet je ergens naar toe werken, maar je moet je geheim niet te gauw prijs geven’, legt hij zijn werkwijze uit. De zonderlinge toerist vertelt over een lift naar Hellendoorn en de gevolgen daarvan. In Het meisje met de glazen vingers beschrijft hoonhorst hoe een typiste haar leven spannend weet te maken. Het derde verhaal gaat over een keuterboertje, die een grote boer te slim af is. In het vierde verhaal speelt een schilderij de dubbele hoofdrol. Gerard Hoonhorst (1927), geboren in Dalfsen, werkte tot zijn vierentwintigste in de veehouderij. Daarna werkte hij enkele jaren in de zuivelindustrie en vervolgens 31 jaar als bedrijfscontroleur bij Remia in den Dolder. In die tijd woonde hij met zijn vrouw in Austerlitz. ‘Ik heb ook nog even in Friesland gezeten. Maar daarvoor moest ik Fries leren. Dat heb ik niet gedaan, met Twents en Hollands vond ik het wel genoeg.’ Bij Remia schreef Hoonhorst voor het personeelsblad en vervolgens ontstonden ook zijn verhalen. Gerard houdt van sagen, mysteries en spookverhalen. In zijn boek is dat terug te vinden. ‘Ik schrijf met de pen in klad, lees mijn verhalen door en haal de fouten eruit, dan ga ik typen. Het is een heel werk. Ook mijn dochter leest ze nog voor me door.’ Hij denkt niet aan een volgende bundel, de vrije tijd gaat op aan dammen, lezen, bowling en andere hobby’s.
|