Adel en Afscheiding - Freek Schlingmann

Recensie

2. Utrechts Nieuwsblad - zaterdag 8 januari 2005

 

I

Gersie was een ‘woelzieke geest’

De historische rubriek Weerzien brengt wekelijks het verleden van deze regio weer tot leven. Vandaag het verhaal van de Linschotense klompenmaker, 'dweper' en 'woelzieke geest' Johannes Gersie. Hij figureert in het boek Adel En Afscheiding van amateur-historicus Freek Schlingmann, over de godsdienstvervolging die in 1834 begon. Een recensie.

Door Dimitri Tokmetzis

Met lood in de schoenen toog burgemeester Van Dam samen met zijn veldwachter naar de klompenmakerij. Hij moest in naam der gouverneur optreden tegen Johannes Gersie en zijn 'woelzieke' volgelingen. Van Dam had weinig plezier in dit karweitje, deze zondagochtend op 29 mei 1836. Gersie was immers een geziene man in Linschoten. Een klompenmaker die werk bood aan een flink aantal knechten. Een grond- en huizenbezitter die stukken land verpachtte in Woerden, Breeveld, Rapijnen en in zijn eigen dorp. Een vroom man bovendien, die ouderling was in de plaatselijke hervormde kerk. Ex-ouderling eigenlijk, want Gersie had inmiddels gebroken met zijn oude kerk, zoals zoveel gereformeerden in Nederland. De 'dweper' vond zich niet meer in de leer die de predikant iedere zondag over de hoofden der gelovigen uitstortte.

De Nederlands-hervormde kerk was in die tijd de staatskerk: alternatieve protestantse stromingen werden niet getolereerd. Een 'misvormde kerk', vond Gersie. Te vrij. Zuchtend onder de knoet van vorst Willem I, die de gelovigen iedere zondag voor zich liet bidden. Gersie stond plaatselijk niet alleen in zijn kritiek. Iedere zondag kwamen 35 Linschotenaren bijeen in de werkruimte van de klompenmakerij. Tezamen werd het ware protestantse geloof beleden. Het Woord werd gepreekt, zoals dat twee eeuwen daarvoor met de Reformatie had geklonken.

Hiermee overtraden deze gereformeerden de wet dat er maximaal twintig personen bij elkaar mochten zijn in een religieuze samenkomst buiten de hervormde kerk. De wet die burgemeester Van Dam in opdracht van de hardvochtige Utrechtse gouverneur Van Toulon moest handhaven. Desnoods met militaire middelen. In andere delen van de provincie werd deze tactiek met wisselend succes toegepast. In oud-Loosdrecht sloegen militairen gereformeerde bijeenkomsten uit elkaar en werden soldaten bij gelovigen ingekwartierd. Een spookbeeld dat ook door Linschoten waarde.

De religieuze rebellie van klompenmaker Gersie, de reactie van de burgemeester, het harde optreden van de gouverneur en de opstelling van het landsbestuur vormen de rode draad in het boek Adel en Afscheiding: Bevinding en Twist in een Verlichte Samenleving, 1813-1840. Dit werk van amateur-historicus Freek Schlingmann omvat een roerige en onderbelichte periode in de Nederlandse geschie­denis.

Reuring

De achtergrond is er een van reuring, crisis en wederopbouw. Na de verwoestende Napoleontische oorlogen ontstond begin negentiende eeuw een nieuw Europees machtsevenwicht. Daarin was een belangrijke rol weggelegd voor het kakelverse Koninkrijk der Nederlanden.

Een koninkrijk echter waar liberalen, nog steeds geïnspireerd door de idealen van de Franse Revolutie, zich voorzichtig af gingen zetten tegen de conservatieve regering onder leiding van Willem I. De revolutiegolf van 1848 was de uiting van deze onvrede. Een koninkrijk ook waar ver­schillende religieuze groepen zich afzetten tegen de almacht van de Nederlands-hervormde kerk. De katholieke Belgen zochten hun eigen weg en scheidden zich uiteindelijk met veel geweld af. De meer rechtzinnige protestanten voelden zich niet thuis in de nationale eenheidskerk onder leiding van de Oranjes. Ze verwierpen daarnaast de uitholling van de bijbelse teksten door de wetenschappelijke vooruitgang. Het Reveil, de salonoppositie, de gereformeerde afscheidingsbeweging van de 'kleine luyden', Groen van Prinsterer, dominees De Cock en Da Costa: het zijn voorbeelden van de belangrijke scheuring in de protestantse gelederen.

Om deze groep ontevreden pro­testanten draait dit boek. Aantasting van de eenheidsstaat werd door de sterke koning Willem I (Schlingmann zet hem zelfs neer als absoluut vorst) niet geaccepteerd. Dit gold voor zowel het wereldlijke leven, alsook voor het geestelijk domein. In 1834 bleek de breuk in de kerk echter onafwendbaar. De Nederlandse kaart laat vanaf toen een rijkgespikkeld landschap zien van nieuwe kerkjes, bijbelclubjes en salongroepjes van welgestelde gereformeerde regenten.

Onrust

Schlingmann slaagt er goed in om deze maalstroom van maatschappelijke en religieuze onrust te temmen en tot leven te brengen in het verhaal van de Linschotense klompenmaker. Hij neemt de lezer aan de hand door het dorp. Hij beschrijft de religieuze twist, de spanningen tussen de verschillende standen en de samen- en tegenwerkingen binnen het overheidsappa­raat.

Aardig daarbij is de vergelijking die Schlingmann maakt tussen Linschoten en het even verderop gelegen Woerden. Ook hier was sprake van een gereformeerde afscheiding. Maar in tegenstelling tot Linschoten werden de gelovigen hier met rust gelaten. Het leuke van Adel en Afscheiding is dat de geschiedenis herkenbaar en lokaal is gebleven.

Met betrekking tot de grotere ontwikkelingen, die als achtergrond dienen, gaat Schlingmann echter een paar keer in de fout. Het belangrijkste manco lijkt de bril die de auteur tijdens het schrijven heeft gedragen. De tekst verraadt duidelijk een voorkeur voor de gereformeerde afscheidingsbewegingen.

Geloofsgenoten

Het vermoeden rijst dan ook dat Schlingmann over zijn geloofsgenoten heeft geschreven. Het feit dat de theologische en filosofische achtergrond wel erg detaillistisch wordt besproken, staaft dit vermoeden. Dat is jammer, want het haalt de vaart uit het verhaal.

Storend zijn soms ook de weinig objectieve beschrijvingen van eenieder die de afscheidingsbeweging van de gereformeerden en Gersie dwarszat. Zo wordt Willem I karikaturaal neergezet als absoluut vorst, die zijn macht vooral gewelddadig liet gelden. Dat Willem I naar de huidige maatstaven geen lieverdje was, staat vast. Het voetstuk waarop deze vorst nog dikwijls wordt geplaatst, mag best iets wankeler zijn. Desondanks is Adel en Afscheiding een zeer lezenswaardig boek geworden voor iedereen die geïnteresseerd is in de lokale geschiedenis van vóór de twintigste eeuw. Een periode die in de plaatselijke geschiedenis nog niet heel rijkelijk beschreven is.

Ook de belangstellenden voor kerkgeschiedenis komen ruimschoots aan hun trekken. Als de lezer zich bewust blijft van de gekleurde bril van Schlingmann, is Adel en Afscheiding een fraaie aanvulling op de lokale geschiedschrijving.

En Johannes Gersie? De burgemeester was mild. Hij kwam er vanaf met een boete.

Bestelformulier