De wekker zetten om te wegen
|
Dinsdag 14
januari 2003 - Al twaalf jaar houdt Claudia van Venrooij uit
Sprang-Capelle een dagboek bij over haar eetstoornissen, anorexia en
boulimia. Onlangs verschenen fragmenten hieruit in boekvorm. "Ik
kan jaloers zijn op iemand die 22 kilo weegt."
Claudia van Venrooij (28)
uit Sprang-Capelle is een goedlachse, vrolijke vrouw die in een leuk
huisje woont met haar poes Happer en hond Rakker die luid blaffend het
bezoek begroet. De koffie dampt en Claudia presenteert koek. Zelf neemt
ze niet. Niet dat ze het niet lust. Er zijn dagen dat ze in één ruk
een pak leeg eet. Maar dan wel als ze alleen is. Om daarna spijt te
hebben. En vervolgens te zorgen dat het voedsel zo snel mogelijk haar
lichaam verlaat. Vaak door het innemen van laxeertabletten. Boulimia
heet de ziekte waaraan Claudia lijdt, vroeger had ze anorexia. En
daarover gaat haar boek ‘Geleefd door een eetstoornis’, dat onlangs
verscheen. Het begon op haar zestiende. Ze was met haar 48 kilo en 1.64 meter een doorsnee tiener. Niet bepaald te dik. Maar ze vond vriendinnen slanker en toen ze niet meer op een pony mocht rijden omdat ze te zwaar voor het dier werd (‘onzin natuurlijk’), ging ze lijnen. Dat ging zo goed en Claudia was zo trots op deze prestatie, dat ze niet meer kon stoppen. Met 35 kilo vond ze toch nog dat ze een onderkin had en die dijen waren ook moddervet. Ze stelde alles in het werk om nog meer gewicht te verliezen. Niet-eten en wegen werden een obessie. "Ik zette ‘s nachts de wekker om me te kunnen wegen." Op visite gaan wilde ze niet, want dan moest ze wat eten, en dat ging weer ten koste van de tijd die ze wilde sporten. Dat deed Claudia zo’n vijf uur per dag. Desnoods stond ze er om vijf uur ‘s ochtends voor op. Want wat ze ook van haar mochten denken: afvallen dat kon ze als geen ander. En hoe meer kilo’s er af waren, hoe meer Claudia nóg slanker wilde worden. "Ik zag zelf helemaal niet dat ik te dun was. Bij een ander wel hoor, maar mijn lichaam, dat was een ander verhaal. Ook als mensen er iets van zeiden, geloofde ik dat niet. "Dat doen ze maar om mij gerust te stellen, dacht ik dan."
Ziekenhuis |