|
HEERHUGOWAARD
- Hij beweert stellig géén schrijver te zijn en boeken leest hij, op
wat vakliteratuur na, nauwelijks. Maar toen Loek Grondel om
gezondheidsredenen voortijdig een punt diende te zetten achter zijn
arbeidzame leven begon er iets te knagen. Inmiddels, neergestreken in
Heerhugowaard, spookte één bepaalde periode uit zijn leven voortdurend
door zijn hoofd. De op Nieuw Guinea geboren Grondel (1928) voelde direct
na zijn gedwongen pensionering in 1985 een sterke drang het échte
verhaal achter zijn verblijf van 1951 tot 1957 op Sumatra’s oostkust
aan het papier toe te vertrouwen. Begin dit jaar verscheen bij GigaBoek
zijn boek ‘De ‘barang’ van mijn zes
tropenjaren op Sumatra’s oostkust’.
Voor zijn toenmalige
collega’s binnen de grote Nederlandse onderneming waarvoor hij
werkzaam was, maar ook en vooral voor zijn op Sumatra geboren dochter,
Adri. Hij begon met een schriftje. Dat werden er vele, en hij begon
opnieuw, maar dan op de computer. Met een tas vol floppy’s, documenten
en beeldmateriaal vervoegde hij zich bij GigaBoek in Heerhugowaard. Bij
deze uitgeverij debuteert Loek Grondel met ‘De ‘barang’ van mijn
zes tropenjaren op Sumatra’s oostkust’. De ‘barang’ (bagage)
houdt het midden tussen minutieus geschreven memoires en een
avonturenroman. Het is in ieder geval een fascinerend tijdsbeeld. Loek
Grondel: "Met dit boek heb ik geprobeerd mijn lief en leed uit die
periode van mijn leven te verwoorden."
'Mijn vader was bang
dat ik er zou 'verongelukken''
Direct na de
capitulatie van de Japanse overheerser in 1945 leek het even of het
gewone leven in het toenmalig Nederlands Indië weer z’n gewone
gangetje zou nemen. Tenminste vanuit Nederland bezien. In het moederland
meende men dat het niet zo’n vaart zou lopen met de strijd voor
onafhankelijkheid onder leiding van Soekarno. Dat bleek een misrekening.
Na bloedige strijd en onder druk van de Verenigde Naties tekende
Koningin Juliana in 1950 de onafhankelijkheidsverklaring. Toen
vervolgens duizenden Indische Nederlanders terug kwamen naar Nederland,
stond een 22-jarige student aan de Tropische Landbouwschool in Deventer
te popelen om te kunnen afreizen naar het gebied dat hij in 1939 vaarwel
moest zeggen vanwege ziekte. Begin 1951 vertrok Loek Grondel per
vliegtuig naar Sumatra om aan de slag te gaan in een palmoliefabriek.
Zijn kersverse bruid Bep (18) maakte de tocht naar de oost per boot en
zou zich dus later bij haar man vervoegen.
Loek Grondel: "Mijn vader, toen predikant in Farmsum in Groningen,
stond er op dat ik als getrouwd man naar de tropen zou gaan. Hij was
bang dat ik er als vrijgezel zou ‘verongelukken’, zoals hij dat
noemde. Mijn vader was van 1925 tot zijn internering in een Jappenkamp
in ‘42 zendeling op Nieuw Guinea. Hij had het dus vaak genoeg zien
gebeuren. Op 18 december 1950 kwam ik voor het eerst bij Bep thuis en op
25 januari 1951 trouwden we in de Bergkerk in Deventer. Mijn vader
zegende ons huwelijk in."
Emotionele ramp
In zijn ‘barang’ doet Loek Grondel gedetailleerd verslag van de
voorbereiding op en zijn reis per vliegtuig, een unicum in die tijd,
naar Sumatra. Hij ging er aan de slag als planter op de oliepalmfabriek
van Gunung Baju. In zijn boek geeft Loek Grondel een gedegen blik in de
keuken van een onderneming in een tijd dat bij de oorspronkelijke
bewoners het ontzag voor blanken, in casu Nederlanders, snel afnam. Hij
beschrijft de dagelijkse gang van zaken op de fabriek, zijn directe
collega’s, de omgang met de inlandse werknemers, de broodnodige
momenten van ontspanning en vooral de hunkering naar zijn mooie Bep. De
uiteindelijke hereniging echter draait langzaam maar zeker uit op een
emotionele ramp. Bep, die nog nooit verder was geweest dan Deventer,
moet in het verre oosten niets meer van Loek hebben. Na van de eerste
schrik te zijn bekomen doet Loek zijn uiterste best om het haar naar de
zin te maken. Vergeefs, blijkt later. Voor de buitenwereld doet Loek
lange tijd alsof er niets aan de hand is. Het gebrek aan respect,
toewijding en liefde drijft Loek onverbiddelijk in de armen van een
indonesische. Ze krijgen een kind, dochter Adri, en Loek is de koning te
rijk.
Huwelijk niet haalbaar
Maar weer gaat het allemaal niet van een leien dakje. Loek is van zeer
christelijke huize en zijn indonesische vrouw is moslim. Een huwelijk
bleek niet haalbaar, ook gezien de politieke chaos waarin het land op
dat moment verkeerde.
In 1957 keerde Loek samen met zijn dochter terug naar Nederland. De hele
familie stond op Schiphol maar alleen een aangetrouwde neef bleek bereid
zich over de kleine Adri te ontfermen. In de tussentijd moest Loek op
zoek naar een baan. "Ik heb van alles aangepakt om mezelf en Adri
te kunnen onderhouden. Ik begon als makelaar in Groningen, maar kwam
vanwege mijn achtergrond al snel in het onderwijs. Intussen trouwde ik
in 1961 met mijn huidige vrouw Ellie Helbers. Samen hebben we een zoon.
Ook was ik acht jaar chef bij Verkade in Zaandam. Na de overname door
United Biscuit keerde ik terug in het onderwijs. Het werd een
huishoudschool in Amsterdam. Achteraf gezien was dat de mooiste tijd uit
mijn leven. Ik werkte er met echte Amsterdamse straatmeiden, heerlijk,
een grote bek maar een heel klein hartje. Mijn zoon attendeerde me in
die periode op een vacature als biologieleraar in Zaandam waar ik altijd
ben blijven wonen. Daar werd ik direct aangenomen en ik heb les gegeven
tot ik vanwege hart- en maagproblemen moest afhaken."
Bijzonder weerzien
Eenmaal thuis begon het terugkijken op en het vervolgens op schrift
stellen van die bijzondere periode uit zijn leven. Hij ging getrouwd
naar de oost en kwam zes jaar later alleen met een dochter terug. Adri
woont met haar drie kinderen in Ottoland bij Schoonhoven.
In 1982, na 25 jaar, is Loek met zijn vrouw en Adri teruggeweest in Adri’s
geboortedorpje op Sumatra. Daar heeft een oud-collega uit die tijd de
moeder van Adri opgespoord. "Dat werd na 25 jaar een heel bijzonder
weerzien", vertelt Loek. "Ze vertelde nog steeds heel blij te
zijn dat ik Adri destijds mee naar Nederland heb genomen. Gezien de
bloedige slachtingen tijdens de jaren 1965/66 in Indonesië onder de
PKI-aanhangers." En of het zo moest zijn, op de dag dat zijn boek
uitkwam, bleek later, dat Adri's moeder was overleden.
Thuis in Heerhugowaard broedt Loek Grondel al weer op een vervolg op de
‘barang’.
"Ik heb als kind van de tropen nog wel het een en ander te
vertellen." |